Didier woont en werkt op een rundveebedrijf in de Auvergne. Hij is doof geboren, kan niet lezen of schrijven en woont alleen in een afgelegen huis. Sinds de dood van zijn broer Claude, zijn enige metgezel, is de stilte om hem heen groter geworden. Tussen de koeien van de familie Maury vindt hij houvast.
Didier spreekt geen gebarentaal, maar heeft in de loop van zijn leven een geheel eigen taal ontwikkeld. Zijn gebaren zijn soms bijna een choreografie. Wanneer het boerenbedrijf wordt getroffen door een gezondheidscrisis, wordt zijn behoefte aan contact urgenter dan ooit. Hij moet nieuwe manieren vinden om zich verstaanbaar te maken en zijn plek in de gemeenschap opnieuw te vinden.
De filmmakers Matthias Joulaud en Lucien Roux leerden Didier kennen tijdens de lockdown, toen ze zelf op de boerderij verbleven. Tijdens het filmen bekeken ze 's avonds samen met Didier de beelden van die dag. De seizoenen vormen de structuur van de film en volgen niet alleen het ritme van het boerenleven, maar ook de veranderingen in Didier zelf.
Een teder en zintuiglijk portret over rouw, eenzaamheid, boerenleven en de zoektocht naar een taal waarmee je de ander kunt bereiken.